Informatie over het woord verhinderen (Nederlands → Esperanto: malhelpi)

Uitspraak/vərˈɦɪndərə(n)/
Afbrekingver·hin·de·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verhinder(ik) verhinderde
(jij) verhindert(jij) verhinderde
(hij) verhindert(hij) verhinderde
(wij) verhinderen(wij) verhinderden
(gij) verhindert(gij) verhinderdet
(zij) verhinderen(zij) verhinderden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verhindere(dat ik) verhinderde
(dat jij) verhindere(dat jij) verhinderde
(dat hij) verhindere(dat hij) verhinderde
(dat wij) verhinderen(dat wij) verhinderden
(dat gij) verhinderet(dat gij) verhinderdet
(dat zij) verhinderen(dat zij) verhinderden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verhinderverhindert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verhinderend, verhinderende(hebben) verhinderd

Vertalingen

Duitsbehindern; hindern; im Wege stehen
Engelsbar
Esperantomalhelpi
Saterfriesferweere; hinderje; lätte; stööre
Swahili‐zuia