Informo pri la vorto doezelen (nederlanda → esperanto: duondormi)

Prononco/ˈduzələ(n)/
Dividodoe·ze·len
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) doezel(ik) doezelde
(jij) doezelt(jij) doezelde
(hij) doezelt(hij) doezelde
(wij) doezelen(wij) doezelden
(gij) doezelt(gij) doezeldet
(zij) doezelen(zij) doezelden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) doezele(dat ik) doezelde
(dat jij) doezele(dat jij) doezelde
(dat hij) doezele(dat hij) doezelde
(dat wij) doezelen(dat wij) doezelden
(dat gij) doezelet(dat gij) doezeldet
(dat zij) doezelen(dat zij) doezelden
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
doezelend, doezelende(hebben) gedoezeld

Tradukoj

angladoze; drowse
esperantoduondormi
francatomber de sommeil
germanahalb schlafen; halb wachen
portugalacochilar; dormitar