Informatie over het woord inwilligen (Nederlands → Esperanto: konsenti)

Uitspraak/ˈɪnʋɪləɣə(n)/
Afbrekingin·wil·li·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) willig in(ik) willigde in
(jij) willigt in(jij) willigde in
(hij) willigt in(hij) willigde in
(wij) willigen in(wij) willigden in
(gij) willigt in(gij) willigdet in
(zij) willigen in(zij) willigden in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) inwillige(dat ik) inwilligde
(dat jij) inwillige(dat jij) inwilligde
(dat hij) inwillige(dat hij) inwilligde
(dat wij) inwilligen(dat wij) inwilligden
(dat gij) inwilliget(dat gij) inwilligdet
(dat zij) inwilligen(dat zij) inwilligden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
willig inwilligt in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
inwilligend, inwilligende(hebben) ingewilligd

Voorbeelden van gebruik

De Schotse mijnwerkers hebben in een vandaag te Glasgow gehouden vergadering besloten op 9 mei in staking te gaan indien hun looneisen niet worden ingewilligd
Ja, eerwaarde vader, dan kunt u zijn eisen geloof ik beter inwilligen.

Vertalingen

Afrikaansinstem
Catalaansaccedir a; acceptar; acordar; consentir
Deenssamtykke
Duitsbeipflichten; beistimmen; einwilligen; zustimmen; zuwilligen; bewilligen; einverstanden sein; genehmigen; gewähren; übereinstimmen
Engelsconsent
Esperantokonsenti
Faeröerssamtykkja
Finssuostua
Fransadmettre; consentir; donner son accord; être d’accord
Hongaarsegyezik
Italiaansconcordare; esserer d’accordo
Maleissetuju
Papiamentskonsentí
Poolszgadzać się
Portugeesanuir; concordar; estar de acordo
Roemeensacord
Russischсоглашаться
Saterfriesbieflichtje; ienwilligje; toustimme
Spaansacceder; acordar; consentir
Thaisยอม
Tsjechischsouhlasit
Turksmuvafakat etmek