Informatie over het woord motorrijwiel (Nederlands → Esperanto: motorciklo)

Uitspraak/ˈmotərɛɪ̯ʋil/, /ˈmotɔrɛɪ̯ʋil/
Afbrekingmo·tor·rij·wiel
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudmotorrijwielen

Voorbeelden van gebruik

Vanavond omstreeks kwart voor zeven is nabij Roermond, op de rijksweg Maastricht‐Roermond, een voetganger op de rijweg door een motorrijwiel in grote vaart aangereden.
Zo sprekende besteeg hij zijn motorrijwiel, gaf gas en reed van daar.

Vertalingen

Afrikaansmotorfiets
Catalaansmoto; motocicle
Deensmotorcykle
DuitsKraftfahrrad; Motorrad
Engelsmotorbike; motorcycle; bike
Esperantomotorciklo
Fransmoto; vélomoteur
Italiaansmotocicletto
Noorsmotorsykkel
Papiamentsmotosaikel
Portugeesmotocicleta
Russischмотоцикл
SaterfriesMotorrääd
Spaansmoto
Tsjechischmotocykl; motorka
Turksmotosiklet
Zweedsmotorcykel