Informasie oor die woord klaren (Nederlands → Esperanto: klarigi)

Uitspraak/ˈklaːrə(n)/
Afbrekingkla·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) klaar(ik) klaarde
(jij) klaart(jij) klaarde
(hij) klaart(hij) klaarde
(wij) klaren(wij) klaarden
(gij) klaart(gij) klaardet
(zij) klaren(zij) klaarden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) klare(dat ik) klaarde
(dat jij) klare(dat jij) klaarde
(dat hij) klare(dat hij) klaarde
(dat wij) klaren(dat wij) klaarden
(dat gij) klaret(dat gij) klaardet
(dat zij) klaren(dat zij) klaarden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
klaarklaart
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
klarend, klarende(hebben) geklaard

Vertalinge

Afrikaansverduidelik
Deensforklare
Duitsdarlegen; einleuchten; erklären; erläutern; aufklären; deutlich machen; klarlegen; klarmachen; verständlich machen
Engelsclarify
Esperantoklarigi
Faroëesgreiða
Fransdévelopper; expliquer
Italiaansspiegare
Jiddisjפֿאַרטײַטשן
Katalaansaclarir; explicar
Latynacclarare
Luxemburgsexplizéieren
Maleismenyatakan; terand
Papiamentsaklará; splika
Poolswyjaśniać
Portugeesexplicar
Roemeensclarifica
Russiesобъяснять
Saterfriesärkläärje; deerlääse; ferkloorje; ienljuchte
Spaansaclarar; explicar
Sweedsförklara; utlägga
Tsjeggiesobjasnit; vysvětlit; vysvětlovat
Turksaçıklamak; anlatmak
Wes‐Friesferklearje
Yslandsþýða