Information about the word bekendmaken (Dutch → Esperanto: sciigi)

Pronunciation/bəˈkɛntmakə(n)/
Hyphenationbe·kend·ma·ken
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) maak bekend(ik) maakte bekend
(jij) maakt bekend(jij) maakte bekend
(hij) maakt bekend(hij) maakte bekend
(wij) maken bekend(wij) maakten bekend
(gij) maakt bekend(gij) maaktet bekend
(zij) maken bekend(zij) maakten bekend
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) bekendmake(dat ik) bekendmaakte
(dat jij) bekendmake(dat jij) bekendmaakte
(dat hij) bekendmake(dat hij) bekendmaakte
(dat wij) bekendmaken(dat wij) bekendmaakten
(dat gij) bekendmaket(dat gij) bekendmaaktet
(dat zij) bekendmaken(dat zij) bekendmaakten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
maak bekendmaakt bekend
Participles
Present participlePast participle
bekendmakend, bekendmakende(hebben) bekendgemaakt

Usage samples

Wie is opgepakt en wat de relatie is van deze persoon tot het slachtoffer, is niet bekendgemaakt.
Premier Algirdas Butkevičius maakte dat vrijdag bekend.
Kun je nu niet een paar namen bekendmaken?

Translations

Afrikaansaankondig; bekendmaak; bekendstel; meedeel; meld; te kenne gee
Danishmeddele
Englishmake known; announce; notify
English (Old English)acyþan
Esperantosciigi
Faeroeselata vita; siga frá
Frenchapprendre à; faire part de
Germanangeben; ankündigen; benachrichtigen; melden; mitteilen; verkünden; wissen lassen
Greekαγγέλω
Hungariantudat
Italianinsegnare
Polishzawiadomić
Portugueseinformar; noticiar; notificar
Saterland Frisianankännigje; anreeke; meedeele
Spanishdivulgar; enterar; hacer saber; informar
Swedishtillkännagiva
Thaiแจ้ง
West Frisianoansizze