Informatie over het woord toedienen (Nederlands → Esperanto: apliki)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈtudinə(n)/
Afbrekingtoe·die·nen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) dien toe(ik) diende toe
(jij) dient toe(jij) diende toe
(hij) dient toe(hij) diende toe
(wij) dienen toe(wij) dienden toe
(gij) dient toe(gij) diendet toe
(zij) dienen toe(zij) dienden toe
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) toediene(dat ik) toediende
(dat jij) toediene(dat jij) toediende
(dat hij) toediene(dat hij) toediende
(dat wij) toedienen(dat wij) toedienden
(dat gij) toedienet(dat gij) toediendet
(dat zij) toedienen(dat zij) toedienden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dien toedient toe
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
toedienend, toedienende(hebben) toegediend

Voorbeelden van gebruik

Omdat de jongen zonder vaccin gedoemd was te sterven, diende Pasteur hem, zij het met grote aarzeling, een serie vaccins toe.
Werd het hem niet in zijn bier toegediend?

Vertalingen

Afrikaanstoepas; toedien; aanwend
Catalaansaplicar
Deensanvende
Duitsanwenden; verwenden; verabreichen; auftragen; anbringen; auflegen
Engelsadminister
Esperantoapliki
Faeröersnýta
Fransappliquer; pratiquer
Hongaarsalkalmaz; applikál
Italiaansapplicare
Papiamentsadaptá; apliká
Portugeesaplicar; por em prática
Roemeensaplica
Saterfriesanweende; benutsje; bruuke; ferweende
Spaansaplicar; emplear
Tsjechischpoužít; upotřebit; užívat
Westerlauwers Friesbrûke