Informatie over het woord resten (Nederlands → Esperanto: postresti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈrɛstə(n)/
Afbrekingres·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) rest(hij) restte
(zij) resten(zij) restten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) reste(dat hij) restte
(dat zij) resten(dat zij) restten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
restend, restende(hebben) gerest

Voorbeelden van gebruik

Mij rest slechts deze oude bouwval waar niemand zal komen.

Vertalingen

Afrikaansagterbly
Duitszurückbleiben
Engelsremain
Esperantopostresti
Fransrester en arrière
Italiaansresti dietro
Papiamentsresta
Saterfriesbääteblieuwe; touräächblieuwe
Spaansquedarse atrás; tardar
Thaisอยู่ข้างหลัง
Westerlauwers Friesbenefterbliuwe