Informo pri la vorto schallen (nederlanda → esperanto: sonegi)

Prononco/ˈsxɑlə(n)/
Dividoschal·len
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) schal(ik) schalde
(jij) schalt(jij) schalde
(hij) schalt(hij) schalde
(wij) schallen(wij) schalden
(gij) schalt(gij) schaldet
(zij) schallen(zij) schalden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) schalle(dat ik) schalde
(dat jij) schalle(dat jij) schalde
(dat hij) schalle(dat hij) schalde
(dat wij) schallen(dat wij) schalden
(dat gij) schallet(dat gij) schaldet
(dat zij) schallen(dat zij) schalden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
schalschalt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
schallend, schallende(hebben) geschald

Uzekzemploj

Vroeg in de morgen schalden de trompetten in het kamp.
Uit deze sombere gedachten werd hij opgeschrikt door een luide stem, die boos door de nacht schalde.
Op dat ogenblik schalde er door de bomen in de buurt een hoorn.

Tradukoj

esperantosonegi