Informatie over het woord melden (Nederlands → Esperanto: sciigi)

Uitspraak/ˈmɛldə(n)/
Afbrekingmel·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) meld(ik) meldde
(jij) meldt(jij) meldde
(hij) meldt(hij) meldde
(wij) melden(wij) meldden
(gij) meldt(gij) melddet
(zij) melden(zij) meldden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) melde(dat ik) meldde
(dat jij) melde(dat jij) meldde
(dat hij) melde(dat hij) meldde
(dat wij) melden(dat wij) meldden
(dat gij) meldet(dat gij) melddet
(dat zij) melden(dat zij) meldden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
meldmeldt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
meldend, meldende(hebben) gemeld

Voorbeelden van gebruik

Veel straten stonden blank en putdeksels kwamen omhoog, meldde de brandweer.
Zo was het enige tijd verder gegaan toen de raven meldden dat Dain en meer dan vijfhonderd dwergen, die zich van de IJzerheuvels spoedden, nu op twee dagmrsen van Dal waren, uit het noordoosten komend.

Vertalingen

Afrikaansaankondig; bekendmaak; bekendstel; meedeel; meld; te kenne gee
Deensmeddele
Duitsangeben; ankündigen; benachrichtigen; melden; mitteilen; verkünden; wissen lassen
Engelstell
Engels (Oudengels)acyþan
Esperantosciigi
Faeröerslata vita; siga frá
Fransapprendre à; faire part de
Grieksαγγέλω
Hongaarstudat
Italiaansinsegnare
Poolszawiadomić
Portugeesinformar; noticiar; notificar
Saterfriesankännigje; anreeke; meedeele
Spaansdivulgar; enterar; hacer saber; informar
Thaisแจ้ง
Westerlauwers Friesoansizze
Zweedstillkännagiva