Informatie over het woord stellen (Nederlands → Esperanto: starigi)

Uitspraak/ˈstɛlə(n)/
Afbrekingstel·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stel(ik) stelde
(jij) stelt(jij) stelde
(hij) stelt(hij) stelde
(wij) stellen(wij) stelden
(gij) stelt(gij) steldet
(zij) stellen(zij) stelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stelle(dat ik) stelde
(dat jij) stelle(dat jij) stelde
(dat hij) stelle(dat hij) stelde
(dat wij) stellen(dat wij) stelden
(dat gij) stellet(dat gij) steldet
(dat zij) stellen(dat zij) stelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stelstelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stellend, stellende(hebben) gesteld

Vertalingen

Afrikaansinstel
Catalaansaixecar; emplaçar; erigir; instituir
Duitsaufrichten; aufschlagen; aufstellen; gründen; herstellen; zurichten
Engelsset
Esperantostarigi
Faeröersreisa upp; seta upp
Finspystyttää
Luxemburgsopriichten
Maleismembangunkan
Poolspostawić
Portugeesarvorar; erguer; erigir; estabelecer; fundar; levantar; pôr de pé
Spaanserguir; erigir; estatuir; levantar