Informatie over het woord stellen (Nederlands → Esperanto: levi)

Uitspraak/ˈstɛlə(n)/
Afbrekingstel·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stel(ik) stelde
(jij) stelt(jij) stelde
(hij) stelt(hij) stelde
(wij) stellen(wij) stelden
(gij) stelt(gij) steldet
(zij) stellen(zij) stelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stelle(dat ik) stelde
(dat jij) stelle(dat jij) stelde
(dat hij) stelle(dat hij) stelde
(dat wij) stellen(dat wij) stelden
(dat gij) stellet(dat gij) steldet
(dat zij) stellen(dat zij) stelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stelstelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stellend, stellende(hebben) gesteld

Voorbeelden van gebruik

Bilbo en de dwergen hadden nu genoeg stof tot nadenken en stelden geen vragen meer.

Vertalingen

Afrikaansoptrek; stel; optel
Catalaansaixecar; alçar; elevar; enlairar
Deensløfte
Duitsaufheben; erheben; heben; zücken
Engelselevate; heave; heave up; hoist; lever; lift; raise
Esperantolevi
Faeröershevja; lyfta; reisa
Finsnostaa
Fransélever; lever; soulever
Grieks (Oudgrieks)αἴρω
IJslandshefja; lyfta; reisa
Italiaansalzare
Latijnlevare
Papiamentshisa; subi
Portugeeselevar; erguer; suspender
Saterfriesaphieuwje; aplichte; aptille; beere; hieuwje; lichte; riskje; stämme
Schots-Gaelischàrdaich; tog
Spaansalzar; levantar
Westerlauwers Friesheffe
Zweedshissa; upphisa; upphäva; upphöja