Informatie over het woord nomineren (Nederlands → Esperanto: kandidatigi)

Uitspraak/nomiˈnerə(n)/
Afbrekingno·mi·ne·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) nomineer(ik) nomineerde
(jij) nomineert(jij) nomineerde
(hij) nomineert(hij) nomineerde
(wij) nomineren(wij) nomineerden
(gij) nomineert(gij) nomineerdet
(zij) nomineren(zij) nomineerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) nominere(dat ik) nomineerde
(dat jij) nominere(dat jij) nomineerde
(dat hij) nominere(dat hij) nomineerde
(dat wij) nomineren(dat wij) nomineerden
(dat gij) nomineret(dat gij) nomineerdet
(dat zij) nomineren(dat zij) nomineerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
nomineernomineert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nominerend, nominerende(hebben) genomineerd

Vertalingen

Engelsnominate
Esperantokandidatigi