Informatie over het woord rapporteren (Nederlands → Esperanto: raporti)

Uitspraak/rɑpɔrˈterə(n)/
Afbrekingrap·por·te·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) rapporteer(ik) rapporteerde
(jij) rapporteert(jij) rapporteerde
(hij) rapporteert(hij) rapporteerde
(wij) rapporteren(wij) rapporteerden
(gij) rapporteert(gij) rapporteerdet
(zij) rapporteren(zij) rapporteerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) rapportere(dat ik) rapporteerde
(dat jij) rapportere(dat jij) rapporteerde
(dat hij) rapportere(dat hij) rapporteerde
(dat wij) rapporteren(dat wij) rapporteerden
(dat gij) rapporteret(dat gij) rapporteerdet
(dat zij) rapporteren(dat zij) rapporteerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
rapporteerrapporteert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
rapporterend, rapporterende(hebben) gerapporteerd

Voorbeelden van gebruik

Waarom heeft Kirby jouw afwezigheid niet gerapporteerd?
De onderofficier van de wacht kwam mij dit rapporteren.
Er viel niets te rapporteren.

Vertalingen

Afrikaansmeld; aanmeld
Catalaansinformar; referir; relatar; reportar
Deensmeddele
Duitsangeben; berichten; melden; rapportieren; referieren
Engelsreport
Engels (Oudengels)abeodan
Esperantoraporti
Finsselostaa
Fransrapporter
Grieks (Oudgrieks)ἀγγέλω; ἀγγέλλω
Portugeescomunicar; fazer relatório de; referir; relatar
Saterfriesanreeke; begjuchte; mäldje; rapportierje; referierje
Spaansdictaminar; informar; referir
Thaisแจ้ง
Westerlauwers Friesoanbringe
Zweedsrapportera