Information about the word genereren (Dutch → Esperanto: generi)

Pronunciation/ɣenəˈrer/
Hyphenationge·ne·re·ren
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) genereer(ik) genereerde
(jij) genereert(jij) genereerde
(hij) genereert(hij) genereerde
(wij) genereren(wij) genereerden
(gij) genereert(gij) genereerdet
(zij) genereren(zij) genereerden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) generere(dat ik) genereerde
(dat jij) generere(dat jij) genereerde
(dat hij) generere(dat hij) genereerde
(dat wij) genereren(dat wij) genereerden
(dat gij) genereret(dat gij) genereerdet
(dat zij) genereren(dat zij) genereerden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
genereergenereert
Participles
Present participlePast participle
genererend, genererende(hebben) gegenereerd

Usage samples

De oplossing moet continu gekoeld worden met ijs omdat de reactie zeer veel warmte genereert.

Translations

Afrikaansgenereer
Catalangenerar
Englishbeget; generate
Esperantogeneri
Faeroeseala; dyrka; framleiða
Finnishsiittää
Frenchengendrer
Germanbilden; erzeugen; hervorbringen; zeugen
Portuguesegerar; procriar
Romaniangenera
Spanishengendrar
Sranankisi