Informatie over het woord overbrengen (Nederlands → Esperanto: raporti)

Uitspraak/ˈovərbrɛŋə(n)/
Afbrekingo·ver·bren·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) breng over(ik) bracht over
(jij) brengt over(jij) bracht over
(hij) brengt over(hij) bracht over
(wij) brengen over(wij) brachten over
(gij) brengt over(gij) bracht over
(zij) brengen over(zij) brachten over
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) overbrenge(dat ik) overbrachte
(dat jij) overbrenge(dat jij) overbrachte
(dat hij) overbrenge(dat hij) overbrachte
(dat wij) overbrengen(dat wij) overbrachten
(dat gij) overbrenget(dat gij) overbrachtet
(dat zij) overbrengen(dat zij) overbrachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng overbrengt over
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
overbrengend, overbrengende(hebben) overgebracht

Voorbeelden van gebruik

Maar ik zal ze overbrengen, zoals ge vraagt en zien wat mijn meester wil.

Vertalingen

Afrikaansmeld; aanmeld
Catalaansinformar; referir; relatar; reportar
Deensmeddele
Duitsangeben; berichten; melden; rapportieren; referieren
Engelsreport
Engels (Oudengels)abeodan
Esperantoraporti
Finsselostaa
Fransrapporter
Grieks (Oudgrieks)ἀγγέλω; ἀγγέλλω
Portugeescomunicar; fazer relatório de; referir; relatar
Saterfriesanreeke; begjuchte; mäldje; rapportierje; referierje
Spaansdictaminar; informar; referir
Thaisแจ้ง
Westerlauwers Friesoanbringe
Zweedsrapportera