Informatie over het woord afdrijven (Nederlands → Esperanto: drivi)

Uitspraak/ˈɑvdrɛɪ̯və(n)/
Afbrekingaf·drij·ven
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) drijf af(ik) dreef af
(jij) drijft af(jij) dreef af
(hij) drijft af(hij) dreef af
(wij) drijven af(wij) dreven af
(gij) drijft af(gij) dreeft af
(zij) drijven af(zij) dreven af
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) afdrijve(dat ik) afdreve
(dat jij) afdrijve(dat jij) afdreve
(dat hij) afdrijve(dat hij) afdreve
(dat wij) afdrijven(dat wij) afdreven
(dat gij) afdrijvet(dat gij) afdrevet
(dat zij) afdrijven(dat zij) afdreven
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
afdrijvend, afdrijvende(zijn) afgedreven

Voorbeelden van gebruik

Dat is niet naar de zin van buurland Rusland, dat sterke druk heeft uitgeoefend op Kiëv om niet naar het Westen af te drijven.

Vertalingen

Afrikaansdryf
Duitsabtreiben; abweichen; dahingetrieben werden; dahintreiben; getrieben werden; treiben
Engelsdrift
Esperantodrivi
Faeröersreka
Fransdériver
Portugeesderivar
Spaansir a la deriva
Westerlauwers Friesdriuwe