Informatie over het woord flikkeren (Nederlands → Esperanto: ĵeti)

Uitspraak/ˈflɪkərə(n)/
Afbrekingflik·ke·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) flikker(ik) flikkerde
(jij) flikkert(jij) flikkerde
(hij) flikkert(hij) flikkerde
(wij) flikkeren(wij) flikkerden
(gij) flikkert(gij) flikkerdet
(zij) flikkeren(zij) flikkerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) flikkere(dat ik) flikkerde
(dat jij) flikkere(dat jij) flikkerde
(dat hij) flikkere(dat hij) flikkerde
(dat wij) flikkeren(dat wij) flikkerden
(dat gij) flikkeret(dat gij) flikkerdet
(dat zij) flikkeren(dat zij) flikkerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
flikkerflikkert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
flikkerend, flikkerende(hebben) geflikkerd

Vertalingen

Afrikaansgooi
Albaneeshedh
Catalaansllançar; llençar; tirar
Deenskaste
Duitswerfen
Engelsthrow
Engels (Oudengels)weorpan
Esperantoĵeti
Faeröerskasta
Finsheittää
Fransjeter; projeter
Hongaarsdob
IJslandskasta
Italiaansgettare
Jiddischוואַרפֿן
Latijniacere
Luxemburgsschéissen
Maleisbaling; lempar … melempar; campak; lempar; lontar; melempar
Noorskaste; hive; slenge
Papiamentsbenta; tira
Poolsrzucać
Portugeesarremessar; atirar; lançar
Roemeensarunca
Russischбросать; кидать
Saterfriesgooie; klüütje; kuusje; slingerje; sloiderje; smiete; wamsje
Schots-Gaelischtilg
Spaansechar; lanzar
Srananfringi; iti
Thaisข้วาง; โยน; ปา
Tsjechischházet; hodit; vrhat; vrhnout
Turksatmak
Westerlauwers Friesgoaie
Zweedskasta; vräka