Informatie over het woord fantoom (Nederlands → Esperanto: fantomo)

Uitspraak/fɑnˈtom/
Afbrekingfan·toom
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudfantomen

Voorbeelden van gebruik

Ik wist meteen dat hij een fantoom was.
„Wij zijn geen fantomen,” zei Aragorn, „en uw ogen bedriegen u niet.”

Vertalingen

Afrikaansspook
DuitsGespenst
Engelsghost; wraith
Esperantofantomo
Papiamentszumbi
SaterfriesGäist; Phantom; Spouk
Thaisผี