Informatie over het woord begaan (Nederlands → Esperanto: fari)

Uitspraak/bəˈɣan/
Afbrekingbe·gaan
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bega(ik) beging
(jij) begaat(jij) beging
(hij) begaat(hij) beging
(wij) begaan(wij) begingen
(gij) begaat(gij) begingt
(zij) begaan(zij) begingen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bega(dat ik) beginge
(dat jij) bega(dat jij) beginge
(dat hij) bega(dat hij) beginge
(dat wij) begaan(dat wij) begingen
(dat gij) begaat(dat gij) beginget
(dat zij) begaan(dat zij) begingen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
begabegaat
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
begaand, begaande(hebben) begaan

Voorbeelden van gebruik

Militairen van Gbagbo zouden nog ernstiger vergrijpen hebben begaan en meerdere burgers hebben gedood.
We zijn aan het goede adres en begaan dus geen ijselijke vergissing.
Falael, je hebt misstappen begaan.
Bega geen misdaden in Port Mar of u komt hier terecht.
Men begaat geen moord zonder motief.

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan; doen; maak; pleeg; verrig; vervaardig
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Duitsabhalten; abstatten; anfertigen; ausführen; begehen; bereiten; bewirken; erledigen; erschaffen; erzeugen; geben; halten; herstellen; hervorbringen; machen; schließen; schneiden; stellen; tun; unterbreiten; verrichten
Engelscommit; make
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Noorsgjøre
Papiamentshasi
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesdwo; fabriksierje; häärstaale; moakje; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischčinit; dělat; konat; učinit; udělat; vykonat
Turksetmek; yapmak
Westerlauwers Friesdwaan; dwaen; oanmeitsje; meitsje
Zweedsgöra