Informatie over het woord mikken (Nederlands → Esperanto: celi)

Uitspraak/ˈmɪkə(n)/
Afbrekingmik·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) mik(ik) mikte
(jij) mikt(jij) mikte
(hij) mikt(hij) mikte
(wij) mikken(wij) mikten
(gij) mikt(gij) miktet
(zij) mikken(zij) mikten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) mikke(dat ik) mikte
(dat jij) mikke(dat jij) mikte
(dat hij) mikke(dat hij) mikte
(dat wij) mikken(dat wij) mikten
(dat gij) mikket(dat gij) miktet
(dat zij) mikken(dat zij) mikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
mikmikt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
mikkend, mikkende(hebben) gemikt

Voorbeelden van gebruik

Nu moest hij mikken.
Hij mikte zorgvuldig en schoot.

Vertalingen

Afrikaansbedoel
Catalaansapuntar; aspirar a
Deenssigte
Duitsabsehen; abzielen auf; anvisieren; aufs Korn nehmen; bezwecken; es abgesehen haben auf; hinauswollen auf; hinzielen auf; streben nach; trachten nach; visieren; zielen
Engelsaim; target
Esperantoceli
Fransavoir pour but; viser
Hongaarscéloz
Luxemburgsmengen
Papiamentsmik
Portugeesapontar; mirar; tender; ter em vista; ter por fim; visar a
Saterfriesousjo; trachtje ätter
Spaansapuntar a; aspirar a; querer decir