Information über das Wort atrofiëren (Niederländisch → Esperanto: atrofiiĝi)

WortartVerb
Aussprache/atrofiˈjeːrə(n)/
Trennunga·tro·fi·e·ren

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) (ik)
(jij) (jij)
(hij) (hij)
(wij) (wij)
(gij) (gij)
(zij) (zij)
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) (dat ik)
(dat jij) (dat jij)
(dat hij) (dat hij)
(dat wij) (dat wij)
(dat gij) (dat gij)
(dat zij) (dat zij)
Zweites Partizip
()

Gebrauchsbeispiele

De organen van de volwassenen zijn geatrofieerd.

Übersetzungen

Deutschabsterben; atrophisch werden; verkümmern
Englischatrophy
Esperantoatrofiiĝi