Informatie over het woord redderen (Nederlands → Esperanto: ordigi)

Uitspraak/ˈrɛdərə(n)/
Afbrekingred·de·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) redder(ik) redderde
(jij) reddert(jij) redderde
(hij) reddert(hij) redderde
(wij) redderen(wij) redderden
(gij) reddert(gij) redderdet
(zij) redderen(zij) redderden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) reddere(dat ik) redderde
(dat jij) reddere(dat jij) redderde
(dat hij) reddere(dat hij) redderde
(dat wij) redderen(dat wij) redderden
(dat gij) redderet(dat gij) redderdet
(dat zij) redderen(dat zij) redderden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
redderreddert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
redderend, redderende(hebben) geredderd

Voorbeelden van gebruik

Ze betrad haar woning en begon te redderen.

Vertalingen

Afrikaansberedder
Deensindrette; rede; rydde op
Engelsarrange; put in order
Esperantoordigi; ordi
Faeröersskipa fyri; stíla fyri
Fransordonner; ranger; régler
IJslandsinnrétta
Noorsinnrede
Poolsporządkować
Portugeesarranjar; arrumar; ordenar
Roemeensaranja; ordona
Spaansarreglar
Zweedsinreda