Information about the word inschatten (Dutch → Esperanto: taksi)

Pronunciation/ˈɪnsxɑtə(n)/
Hyphenationin·schat·ten
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) schat in(ik) schatte in
(jij) schat in(jij) schatte in
(hij) schat in(hij) schatte in
(wij) schatten in(wij) schatten in
(gij) schat in(gij) schattet in
(zij) schatten in(zij) schatten in
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) inschatte(dat ik) inschatte
(dat jij) inschatte(dat jij) inschatte
(dat hij) inschatte(dat hij) inschatte
(dat wij) inschatten(dat wij) inschatten
(dat gij) inschattet(dat gij) inschattet
(dat zij) inschatten(dat zij) inschatten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
schat inschat in
Participles
Present participlePast participle
inschattend, inschattende(hebben) ingeschat

Usage samples

Zo schat ik de zaak ook in.
Galilei zelf werd niet van ketterij beschuldigd en zal de feitelijke situatie optimistisch hebben ingeschat.

Translations

Afrikaansbegroot; skat; raam
Catalanapreciar; avaluar; prear; taxar
Czechcenit; hodnotit; odhadnout; odhadovat; ocenit; oceňovat
Danishbedømme; vurdere
Englishassess; estimate
Esperantotaksi
Faeroesemeta
Finnisharvioida
Frenchapprécier; estimer; évaluer; taxer
Germanabschätzen; bewerten; einschätzen; schätzen
Italianapprezzare; stimare; valutare
Latinaestimare; appretiare; censere; taxare
Malaymenaksir; taksir
Papiamentobalorá; balotá; baluá; kalkulá; taksa; takser
Polishoceniać
Portugueseajuizar; apreçar; apreciar; avaliar; estimar; orçar; taxar
Romanianaprecia; evalua
Saterland Frisianbeweertje; ienschätsje; ienskätsje; ouschätsje; ouschätsje; ouskätsje; schätsje; skätsje
Spanishapreciar; estimar; evaluar; tasar
Swedishberäkna; taxera; uppskatta; värdera
Thaiหมาย; ประมาณ; เดา
West Frisianrûze; skatte