Information about the word doorgaan (Dutch → Esperanto: daŭri)

Pronunciation/ˈdorɣan/
Hyphenationdoor·gaan
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) ga door(ik) ging door
(jij) gaat door(jij) ging door
(hij) gaat door(hij) ging door
(wij) gaan door(wij) gingen door
(gij) gaat door(gij) gingt door
(zij) gaan door(zij) gingen door
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) doorga(dat ik) doorginge
(dat jij) doorga(dat jij) doorginge
(dat hij) doorga(dat hij) doorginge
(dat wij) doorgaan(dat wij) doorgingen
(dat gij) doorgaat(dat gij) doorginget
(dat zij) doorgaan(dat zij) doorgingen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
ga doorgaat door
Participles
Present participlePast participle
doorgaand, doorgaande(zijn) doorgegaan

Usage samples

Hoelang zal dat doorgaan?
We gaan door tot we winnen.
Hierdoor is de kans groot dat de illegale handel doorgaat.

Translations

Afrikaansvoortduur; aanhou
Catalandurar
Danishvare
Englishpersist; go on
Esperantodaŭri; plui
Faeroesevara
Finnishkestää
Frenchcontinuer; durer
Germandauern; sich hinziehen; währen
Hungariantart
Italiandurare
Luxemburgishdaueren
Papiamentodura
Polishtrwać
Portuguesecontinuar; durar; permanecer; prolongar‐se
Saterland Frisianduurje
Spanishdurar
Thaiกินเวลา
West Frisianduorje