Informatie over het woord wagen (Nederlands → Esperanto: aŭtomobilo)

Uitspraak/ˈʋaɣə(n)/
Afbrekingwa·gen
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudwagens

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
wagentjewagentjes

Voorbeelden van gebruik

Het gebeurt wel vaker dat hij hier een wagen voor zijn baas komt halen.
Er stond verder niets op de wagen.
Zij wilde niet uit haar wagen komen.

Vertalingen

Afrikaanskar; motor
Berbersamenziraz; imemzuraz (ⴰⵎⴻⵏⵣⵉⵔⴰⵣ??ⵉⵎⴻⵎⵣⵓⵔⴰⵣ)
Catalaansauto; automòbil; cotxe
Deensautomobil; bil
DuitsAuto; Kraftfahrzeug; Kraftwagen
Engelscar
Esperantoaŭtomobilo; aŭto
Faeröersbilur
Finsauto
Fransauto; automobile; voiture
Grieksαμάξι; αυτοκίνητο
Hongaarsautó; kocsi
IJslandsbifreið; bíll
Italiaansauto; automobile
Jiddischאױטאָמאָביל; אױטאָ
LuxemburgsAuto
Maleismobil; motokar; oto
Noorsbil
Papiamentsouto
Poolsauto; samochód
Portugeesauto; automóvel; carro
Russischавтомашина; автомобиль
SaterfriesAuto; Automobil; Motorwoain
Spaanscoche; automóvil
Srananoto
Swahiligari; motokaa
Tagalogkotse
Thaisรถ; รถยนต์
Tsjechischauto
Turksotomobil
Welscar
Westerlauwers Friesauto; wein
Zweedsbil