Informatie over het woord aanschouwen (Nederlands → Esperanto: rigardi)

Uitspraak/anˈsxɑʊ̯ʋə(n)/
Afbrekingaan·schou·wen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) aanschouw(ik) aanschouwde
(jij) aanschouwt(jij) aanschouwde
(hij) aanschouwt(hij) aanschouwde
(wij) aanschouwen(wij) aanschouwden
(gij) aanschouwt(gij) aanschouwdet
(zij) aanschouwen(zij) aanschouwden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanschouwe(dat ik) aanschouwde
(dat jij) aanschouwe(dat jij) aanschouwde
(dat hij) aanschouwe(dat hij) aanschouwde
(dat wij) aanschouwen(dat wij) aanschouwden
(dat gij) aanschouwet(dat gij) aanschouwdet
(dat zij) aanschouwen(dat zij) aanschouwden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
aanschouwaanschouwt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanschouwend, aanschouwende(hebben) aanschouwd

Voorbeelden van gebruik

Dit is het platste dat ik in tijden heb aanschouwd!
Het volk weet dat hij de volgende dageraad niet meer zal aanschouwen.

Vertalingen

Afrikaansaankyk; ag; besien; kyk; kyk na; skou; beskou; aanskou
Berbersmmuqqel (ⵎⵎⵓⵇⵇⴻⵍ)
Catalaansesguardar; mirar
Deensbetragte; se på
Duitsanblicken; anschauen; ansehen; blicken; schauen; zuschauen; zusehen; sehen nach; sehen; sich ansehen
Engelssee
Esperantorigardi
Faeröerseygfara; hyggja at; líta at
Finskatsella
Fransregarder
Italiaansguardare
Jiddischקוקן
Latijnspectare
Luxemburgskucken
Maleislihat
Papiamentswak; weita; weta
Poolspatrzeć
Portugeesmirar; observar; olhar
Russischглядеть; посмотреть; смотреть
Saterfriesbekiekje; bekiekje; betrachtje; kiekje; küürje; öögje; ounkiekje; ounkiekje; sjo; toukiekje
Schots-Gaelischamhairc; coimhead; seall
Spaansmirar
Srananluku; waki
Swahili‐tazama
Thaisดู; มอง
Turksbakmak
Westerlauwers Friesachtenearje; achtsje; besjen
Zweedsbeskåda; kika; skåda; titta