Ynformaasje oer it wurd verkorten (Nederlânsk → Esperanto: malplilongigi)

Utspraak/vərˈkɔrtə(n)/
Ofbrekingver·kor·ten
Wurdsoartetiidwurd

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) verkort(ik) verkortte
(jij) verkort(jij) verkortte
(hij) verkort(hij) verkortte
(wij) verkorten(wij) verkortten
(gij) verkort(gij) verkorttet
(zij) verkorten(zij) verkortten
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) verkorte(dat ik) verkortte
(dat jij) verkorte(dat jij) verkortte
(dat hij) verkorte(dat hij) verkortte
(dat wij) verkorten(dat wij) verkortten
(dat gij) verkortet(dat gij) verkorttet
(dat zij) verkorten(dat zij) verkortten
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
verkortverkort
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
verkortend, verkortende(hebben) verkort

Foarbylden fan gebrûk

Er worden pogingen gedaan om de werktijden te verkorten en men schroomt niet om meer vrije dagen te eisen.
Het was ook zijn plan hun reis te verkorten door nog een grote lus in de Weg af te snijden.

Oarsettingen

Afrikaanskverkort
Deenskforkorte
Esperantomalplilongigi
Fryskbekoartsje; ferkoartsje
Latynbreviare
Turkskkısaltmak