Informatie over het woord life (Engels → Esperanto: vivo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/laɪ̯f/
Afbrekinglife
Meervoudlives /laɪvs/

Voorbeelden van gebruik

It’s life, Jim, but not as we know it.
He would lead a life of crime.
They are used to living life on the edge.

Vertalingen

Afrikaanslewe
Albaneesjetë
Catalaansvida
Deensliv
DuitsLeben
Engels (Oudengels)lif
Esperantovivo
Faeröerslív
Fransvie
Grieksζωή
Hongaarsélet
IJslandslíf; æfi
Italiaansvita
Jiddischלעבן
Latijnvita
LuxemburgsLiewen
Nederlandsleven
Noorsliv
Papiamentsbida
Poolsżycie
Portugeesvida
Roemeensviață
Russischжизнь
SaterfriesLieuwend
Spaansvida
Swahilimaisha
Thaisชีวิต
Tsjechischživot
Turksçoğulu
Westerlauwers Frieslibben
Zweedslevnad; liv