Information about the word aangeven (Dutch → Esperanto: doni)

Pronunciation/ˈaŋɣevə(n)/
Hyphenationaan·ge·ven
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) geef aan(ik) gaf aan
(jij) geeft aan(jij) gaf aan
(hij) geeft aan(hij) gaf aan
(wij) geven aan(wij) gaven aan
(gij) geeft aan(gij) gaaft aan
(zij) geven aan(zij) gaven aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aangeve(dat ik) aangave
(dat jij) aangeve(dat jij) aangave
(dat hij) aangeve(dat hij) aangave
(dat wij) aangeven(dat wij) aangaven
(dat gij) aangevet(dat gij) aangavet
(dat zij) aangeven(dat zij) aangaven
Imperative mood
Singular/PluralPlural
geef aangeeft aan
Participles
Present participlePast participle
aangevend, aangevende(hebben) aangegeven

Translations

Afrikaansaangee; gee; verleen
Albanianjap
Catalandonar
Czechdát
Danishgive
Englishgive
English (Old English)giefan
Esperantodoni
Faeroesegeva
Finnishantaa
Frenchabouler; bailler; donner; passer
Germanangeben; anvertrauen; ergeben; erteilen; geben; gestatten; gewähren; herreichen; machen; reichen; spenden; tragen; überantworten; übergeben; verabreichen
Hungarianad; nyújt
Icelandicgefa
Italiandare
Latindare; donare; doare
Luxemburgishginn
Malayberi … memberi; bagi; memberi; beri
Norwegiangi
Papiamentoduna
Polishdać; dawać
Portuguesedar; entregar; ministrar
Romanianda
Russianдавать; дать
Saterland Frisiananreeke; häärreeke; reeke
Scottish Gaelicthoir
Spanishdar
Sranangi
Swedishge; giva
Thaiให้
Turkishbahşetmek; vermek
West Frisianoanjaan; jaan
Yiddishגעבן