Informatie over het woord betrappen (Nederlands → Esperanto: kapti)

Uitspraak/bəˈtrɑpə(n)/
Afbrekingbe·trap·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) betrap(ik) betrapte
(jij) betrapt(jij) betrapte
(hij) betrapt(hij) betrapte
(wij) betrappen(wij) betrapten
(gij) betrapt(gij) betraptet
(zij) betrappen(zij) betrapten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) betrappe(dat ik) betrapte
(dat jij) betrappe(dat jij) betrapte
(dat hij) betrappe(dat hij) betrapte
(dat wij) betrappen(dat wij) betrapten
(dat gij) betrappet(dat gij) betraptet
(dat zij) betrappen(dat zij) betrapten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
betrapbetrapt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
betrappend, betrappende(hebben) betrapt

Voorbeelden van gebruik

Als ik betrapt werd, zou het met mij en met hen gedaan zijn.
Twee van de betrapte monniken waren abt van hun klooster en waren al meer dan 15 jaar monnik.

Vertalingen

Afrikaansbeetgryp; beetkry; beetneem; beetpak; beetvat; vang; vat
Albaneeskap
Catalaansagafar; atrapar; captivar; capturar; copsar
Deensfange
Duitsauffangen; erbeuten; ergreifen; ertappen; erwischen; fangen; fassen; befallen; einfangen; erfassen; erhaschen; greifen; haschen; kriegen; überkommen
Engelscatch
Engels (Oudengels)huntian
Esperantokapti
Faeröersfanga; handbera
Finspyydystää
Fransattraper; capturer; saisir
Grieksαιχμαλωτίζω
Hongaarsmegfog
Italiaansprendere
Jiddischכאַפּן; פֿאַנגען
Latijncapere
Maleismenangkap; tangkap
Noorsfange; gripe
Papiamentsfango; fangu; kèch
Poolschwytać; łapać
Portugeesapanhar; aprisionar; capturar
Roemeenscaptura; apuca; prinde
Russischвзять
Saterfriesbedappe; dappe; fange; pakje; uurrumpelje
Schots-Gaelischglac
Spaansatrapar; capturar
Srananfanga
Thaisเกี่ยว; ต้อง
Westerlauwers Friesfange
Zweedsfånga