Informatie over het woord beukeboom (Nederlands → Esperanto: fago)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈbøkəbom/
Afbrekingbeu·ke·boom
Geslachtmanlijk
Meervoudbeukebomen

Voorbeelden van gebruik

Een paar schenen er min of meer aan Boombaard verwant te zijn en herinnerde hen aan beukebomen of eiken.

Vertalingen

Afrikaansbeuk; beukeboom
Albaneesah; ahu
Catalaansfaig
Deensbøg
DuitsBuche
Engelsbeech
Engels (Oudengels)bece; boece
Esperantofago
Faeröersbók; bókartræ
Finspyökki
Franshêtre
Grieksοξυά; οξιά; φηγός
Hongaarsbükk; bükkfa
IJslandsbeyki; beykitré
Italiaansfaggio
Latijnfagus
LuxemburgsBich; Buch
Noorsbøk
Poolsbuk
Portugeesfago; faia
Roemeensfag
Russischбук
SaterfriesBouke; boukene Boom
Schots-Gaelischfaidhbhile
Spaanshaya
Tagaloghaya
Tsjechischbuk
Turkskayın
Welsffawydden
Westerlauwers Friesboek; boekebeam
Zweedsbok