Informatie over het woord bijbrengen (Nederlands → Esperanto: lernigi)

Uitspraak/ˈbɛɪ̯brɛŋə(n)/
Afbrekingbij·bren·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) breng bij(ik) gebracht bij
(jij) brengt bij(jij) gebracht bij
(hij) brengt bij(hij) gebracht bij
(wij) brengen bij(wij) gebrachten bij
(gij) brengt bij(gij) gebracht bij
(zij) brengen bij(zij) gebrachten bij
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bijbrenge(dat ik) bijgebrachte
(dat jij) bijbrenge(dat jij) bijgebrachte
(dat hij) bijbrenge(dat hij) bijgebrachte
(dat wij) bijbrengen(dat wij) bijgebrachten
(dat gij) bijbrenget(dat gij) bijgebrachtet
(dat zij) bijbrengen(dat zij) bijgebrachten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng bijbrengt bij
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bijbrengend, bijbrengende(hebben) bijgebracht

Voorbeelden van gebruik

Wij zullen hem de beleefdheid bijbrengen die hij elders klaarblijkelijk niet heeft geleerd!

Vertalingen

Afrikaansleer
Duitsbeibringen; lehren
Engelsteach
Esperantolernigi
Fransapprendre; enseigner
Latijndocere
Spaansenseñar
Srananleri
Thaisสอน
Welsdysgu
Westerlauwers Friesleare