Informo pri la vorto zich omdraaien (nederlanda → esperanto: turni sin)

Vortspecorefleksiva verbo
Dividozich om·draai·en

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) (ik)
(jij) (jij)
(hij) (hij)
(wij) (wij)
(gij) (gij)
(zij) (zij)
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) (dat ik)
(dat jij) (dat jij)
(dat hij) (dat hij)
(dat wij) (dat wij)
(dat gij) (dat gij)
(dat zij) (dat zij)
Preterita participo
()

Uzekzemploj

Hij knikte en draaide zich om.
Op dat moment klonk er een kuchje en toen ze zich omdraaiden, zagen ze de heer de Cantecler van Barneveldt achter zich staan.
„Waar komt dat ding vandaan?” vroeg Nelis streng terwijl hij zich omdraaide naar Matje.
„Ik wil niets meer horen”, zei ze en zich omdraaiend liep ze de oprijlaan op.