Information about the word huis (Dutch → Esperanto: domo)

Pronunciation/ɦœys/
Hyphenationhuis
Part of speechcommon noun
Genderneuter
Genitivehuizes
Pluralhuizen

Diminutive
SingularPlural
huisjehuisjes

Usage samples

Huizen waren in puinhopen veranderd en boerderijen lagen onder water in de polder.
Ik ga vertellen dat er een kabouter in huis is!
De heer des huizes kwam met zijn vrouw te voorschijn.
Bovendien bouwden de Natufiërs huizen van verschillende afmetingen, wat ook duidt op verschillen tussen arm en rijk.
Er moet hier in huis veel veranderen.

Translations

axxam (ⴰⵅⵅⴰⵎ)
Afrikaanshuis
Catalancasa
Danishhus
Englishhouse
English (Old English)hus; hof
Esperantodomo
Faeroesehús
Frenchmaison
GermanHaus
Greekσπίτι
Hawaiianhale
Icelandichús
Italiancasa
LuxemburgishHaus
Malaywisma
Norwegianhus
Papiamentokas
Portuguesecasa
Russianдом
Saterland FrisianHuus
Scottish Gaelictaigh
Spanishcasa
Srananoso
Swahilinyumba
Swedishhus
Tagalogbakay
Thaiบ้าน
Turkishev
Welsh
West Frisianhûs