Informatie over het woord plegen (Nederlands → Esperanto: fari)

Uitspraak/ˈpleɣə(n)/
Afbrekingple·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) pleeg(ik) pleegde
(jij) pleegt(jij) pleegde
(hij) pleegt(hij) pleegde
(wij) plegen(wij) pleegden
(gij) pleegt(gij) pleegdet
(zij) plegen(zij) pleegden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) plege(dat ik) pleegde
(dat jij) plege(dat jij) pleegde
(dat hij) plege(dat hij) pleegde
(dat wij) plegen(dat wij) pleegden
(dat gij) pleget(dat gij) pleegdet
(dat zij) plegen(dat zij) pleegden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
pleegpleegt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
plegend, plegende(hebben) gepleegd

Voorbeelden van gebruik

De mannen zouden in Pakistan zijn opgeleid om aanslagen te plegen.
Het ziet er niet uit als een huis waarin een moord gepleegd is, hè?

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan; doen; maak; pleeg; verrig; vervaardig
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Duitsabhalten; abstatten; anfertigen; ausführen; begehen; bereiten; bewirken; erledigen; erschaffen; erzeugen; geben; halten; herstellen; hervorbringen; machen; schließen; schneiden; stellen; tun; unterbreiten; verrichten
Engelscommit
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Noorsgjøre
Papiamentshasi
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesdwo; fabriksierje; häärstaale; moakje; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischčinit; dělat; konat; učinit; udělat; vykonat
Turksetmek; yapmak
Westerlauwers Friesdwaan; dwaen; oanmeitsje; meitsje
Zweedsgöra