Informatie over het woord knock (Engels → Esperanto: frapi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/nɒk/
Afbrekingknock

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) knock(I) knocked
(thou) knockest(thou) knockedst
(he) knocks, knocketh(he) knocked
(we) knock(we) knocked
(you) knock(you) knocked
(they) knock(they) knocked
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) knock (I) knocked
(thou) knock(thou) knocked
(he) knock(he) knocked
(we) knock(we) knocked
(you) knock(you) knocked
(they) knock(they) knocked
Gebiedende wijs
knock
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
knockingknocked

Voorbeelden van gebruik

Iʹd better knock, I suppose.
Now it knocked at the door.
Stones struck Jubal, knocking him down.

Vertalingen

Afrikaansklap; klop
Catalaanspicar; trucar
Deensbanke
Duitsklopfen; pochen; schlagen
Esperantofrapi
Faeröersbanka
Finsiskeä
Fransfrapper; heurter
Italiaansbussare; colpire; picchiare
Luxemburgsopfalen
Nederlandskloppen; slaan
Poolspukać; uderzać
Portugeesbater; golpear; percutir
Saterfriesklopje; rammelje; slo
Spaanschocar; golpear; percutir; sorprender
Zweedsknacka