Informatie over het woord fini

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingfin·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdfinas
Verleden tijdfinis
Toekomende tijdfinos
 
Voorwaardelijke wijs
finus
 
Gebiedende wijs
finu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdfinantafinata
Verleden tijdfinintafinita
Toekomende tijdfinontafinota

Vertalingen

Afrikaansafsluit; beëindig; eindig; ’n ent maak aan
Catalaansacabar; finir; terminar
Deensfuldende
Duitsabschließen; beenden; beendigen; beschließen; einstellen; enden; endigen; erledigen; schließen; vollenden
Engelsconclude; end; finish; terminate; bring to an end; put the kibosh on; put an end to
Faeröersenda
Finslopetta
Franscesser; finir; terminer
Italiaansfinire; terminare
Nederlandsafmaken; afsluiten; beëindigen; besluiten; uitmaken; voleindigen; een eind maken aan; eindigen
Papiamentsfinalisá; kaba; terminá
Poolskończyć
Portugeesacabar; encerrar; finalizar; terminar
Roemeenstermina
Saterfriesbe‐eendje; besluute; eendigje; eendje; oumoakje
Spaansacabar; terminar
Thaisจบ; เสร็จ
Turksbitirmek
Westerlauwers Friesbesljochtsje; dien meitsje; ôfmeitsje
Zweedsfullborda; ända