Informatie over het woord discipel (Nederlands → Esperanto: disĉiplo)

Uitspraak/diˈsipəl/
Afbrekingdi·sci·pel
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Meervouddiscipelen, discipels

Voorbeelden van gebruik

En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: „Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?”

Vertalingen

Afrikaansdissipel
Catalaansdeixeble
Deenstilhænger
DuitsAnhänger; Jünger; Nacheiferer; Schüler
Engelsdisciple
Engels (Oudengels)leornere; leorningcniht
Esperantodisĉiplo
Faeröerslærusveinur
Fransdisciple
Portugeesdiscípulo
SaterfriesAnhänger; Jünger
Spaansdiscípulo
Tsjechischučedník; žák