Informatie over het woord ribes (Nederlands → Esperanto: ribujo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈribɛs/
Afbrekingri·bes

Vertalingen

Afrikaansaalbessiebos
Catalaansgaixiver; riber
Deensribs; solbærbusk
DuitsJohannisbeerstrauch; Johannisbeere
Engelscurrant
Esperantoribujo
Faeröersreyðberjarunnur; ribsrunnur
Finsherukka
Fransgroseillier
Hongaarsribiszke
IJslandsrifs
LuxemburgsKréischel
Noorsrips
Poolsporzeczka
Roemeenscoacăz
Russischсмородина
SaterfriesSäntjansbäieboom
Tsjechischrybíz; meruzalka
Welsllwyn cwrens
Zweedsrips