Informatie over het woord aalbessestruik (Nederlands → Esperanto: ribujo)

Basis

Uitspraak/ˈalbɛsəstrœyk/
Afbrekingaal·bes·se·struik
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudaalbessestruiken

Voorbeelden van gebruik

Een goed gesnoeide, volwassen aalbessestruik kan in één jaar 5 tot 7 kg vruchten opleveren.

Vertalingen

Afrikaansaalbessiebos
Catalaansgaixiver; riber
Deensribs; solbærbusk
DuitsJohannisbeerstrauch; Johannisbeere
Engelscurrant bush
Esperantoribujo; riboarbedo; ribo
Faeröersreyðberjarunnur; ribsrunnur
Fransgroseillier
LuxemburgsKréischel
Poolsporzeczka
Russischсмородина
SaterfriesSäntjansbäieboom
Tsjechischrybíz; meruzalka
Zweedsrips