Informatie over het woord sturen (Nederlands → Esperanto: direkti)

Uitspraak/ˈstyːrə(n)/
Afbrekingstu·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stuur(ik) stuurde
(jij) stuurt(jij) stuurde
(hij) stuurt(hij) stuurde
(wij) sturen(wij) stuurden
(gij) stuurt(gij) stuurdet
(zij) sturen(zij) stuurden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) sture(dat ik) stuurde
(dat jij) sture(dat jij) stuurde
(dat hij) sture(dat hij) stuurde
(dat wij) sturen(dat wij) stuurden
(dat gij) sturet(dat gij) stuurdet
(dat zij) sturen(dat zij) stuurden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stuurstuurt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
sturend, sturende(hebben) gestuurd

Vertalingen

Afrikaansbestuur; rig
Catalaansdirigir
Deensstyrre
Duitsdirigieren; führen; leiten; lenken; richten; steuern
Engelsdrive; guide; head; steer
Esperantodirekti
Faeröersráða; stjórna
Finssuunnata
Fransdiriger
Hongaarsirányít
Papiamentsstür
Portugeesdirigir; encaminhar; gerir; governar; guiar
Roemeensdirecționa; ghida
Saterfriesdirigierje; fiere; gjuchte; stjuure
Spaansdirigir
Tsjechischřídit
Westerlauwers Friesoanstjoere