Informatie over het woord opvolgen (Nederlands → Esperanto: sekvi)

Uitspraak/ˈɔpfɔlɣə(n)/
Afbrekingop·vol·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) volg op(ik) volgde op
(jij) volgt op(jij) volgde op
(hij) volgt op(hij) volgde op
(wij) volgen op(wij) volgden op
(gij) volgt op(gij) volgdet op
(zij) volgen op(zij) volgden op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) opvolge(dat ik) opvolgde
(dat jij) opvolge(dat jij) opvolgde
(dat hij) opvolge(dat hij) opvolgde
(dat wij) opvolgen(dat wij) opvolgden
(dat gij) opvolget(dat gij) opvolgdet
(dat zij) opvolgen(dat zij) opvolgden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
volg opvolgt op
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
opvolgend, opvolgende(hebben) opgevolgd

Vertalingen

Afrikaansvolg
Catalaansseguir
Deensfølge
Duitsfolgen
Engelsfollow; succeed
Engels (Oudengels)folgian; fylgan
Esperantosekvi
Faeröersfylgja
Finsseurata
Franssuivre
Grieksακολουθώ
Italiaansseguire
Latijnsequi
Luxemburgsfollegen
Maleisikuti; mengikuti
Papiamentssigui
Portugeesseguir; suceder
Saterfriesfoulgje
Schots-Gaelischlean
Spaansseguir
Tsjechischnásledovat; sledovat; vyplývat
Westerlauwers Friesfolgje
Zweedsfölja