Informatie over het woord fiki

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingfik·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdfikas
Verleden tijdfikis
Toekomende tijdfikos
 
Voorwaardelijke wijs
fikus
 
Gebiedende wijs
fiku

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdfikantafikata
Verleden tijdfikintafikita
Toekomende tijdfikontafikota

Vertalingen

Afrikaansneuk; naai
Catalaansfer l’amor; follar
Duitsficken
Engelsfuck; screw; shag; bang; shaft
Faeröershava samlegu við
Fransbaiser; foutre
Nederlandsnaaien; neuken; wippen; een beurt geven
Papiamentshunga; kohe; koi; kue; limpia
Portugeescoitar; copular; transar