Ynformaasje oer it wurd aandienen (Nederlânsk → Esperanto: anonci)

Utspraak/ˈandinə(n)/
Ofbrekingaan·die·nen
Wurdsoartetiidwurd

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) dien aan(ik) diende aan
(jij) dient aan(jij) diende aan
(hij) dient aan(hij) diende aan
(wij) dienen aan(wij) dienden aan
(gij) dient aan(gij) diendet aan
(zij) dienen aan(zij) dienden aan
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) aandiene(dat ik) aandiende
(dat jij) aandiene(dat jij) aandiende
(dat hij) aandiene(dat hij) aandiende
(dat wij) aandienen(dat wij) aandienden
(dat gij) aandienet(dat gij) aandiendet
(dat zij) aandienen(dat zij) aandienden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
dien aandient aan
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
aandienend, aandienende(hebben) aangediend

Foarbylden fan gebrûk

Ik heb nooit de moeite genomen me daar te laten aandienen, en ze hebben nooit contact met mij gezocht.
De butler diende juffrouw Warren aan.
Daar kwam een einde aan toen de geleerde zelf werd aangediend.
Dien mij aan!

Oarsettingen

Afrikaanskaankondig
Deenskavertere
Dútskankündigen; anmelden; annoncieren; ansagen; anzeigen; avisieren; bekannt machen; inserieren; melden; verkünden
Esperantoanonci
Fereuerskboða frá
Frânskannoncer; introduire; publier
Fryskadvertearje; ferkundigje; oantsjinje
Grykskαγγέλω
Ingelskannounce
Ingelsk (Aldingesk)abeodan; bodian
Italjaanskannunciare; annunziare; pubblicare
Katalaanskanunciar
Latynannuntiare
Maleiskumum
Papiamintskanunsía
Portegeeskanunciar; noticiar; notificar
Roemeenskanunța
Russyskобъявлять
Sealterfryskankännigje; anmäldje; anwiese; avisierje; ferkundje; mäldje
Spaanskanunciar
Sweedskbebåda; anmäla; annonsera; meddela
Tsjechyskohlásit; oznámit; oznamovat
Turkskhaber vermek; ilan etmek