Ynformaasje oer it wurd aankondigen (Nederlânsk → Esperanto: anonci)

Utspraak/ˈaŋkɔndəɣə(n)/
Ofbrekingaan·kon·di·gen
Wurdsoartetiidwurd

Ferfoarming

Oantoanende foarm
NotiidDoetiid
(ik) kondig aan(ik) kondigde aan
(jij) kondigt aan(jij) kondigde aan
(hij) kondigt aan(hij) kondigde aan
(wij) kondigen aan(wij) kondigden aan
(gij) kondigt aan(gij) kondigdet aan
(zij) kondigen aan(zij) kondigden aan
Oanfoegjende foarm
NotiidDoetiid
(dat ik) aankondige(dat ik) aankondigde
(dat jij) aankondige(dat jij) aankondigde
(dat hij) aankondige(dat hij) aankondigde
(dat wij) aankondigen(dat wij) aankondigden
(dat gij) aankondiget(dat gij) aankondigdet
(dat zij) aankondigen(dat zij) aankondigden
hjittende foarm
Iental/MeartalMeartal
kondig aankondigt aan
Mulwurden
NomulwurdDoemulwurd
aankondigend, aankondigende(hebben) aangekondigd

Foarbylden fan gebrûk

De Griekse premier Giórgos Papandréou heeft maandag harde ingrepen aangekondigd om de staatshuishouding op orde te brengen.
Toen hij het uitstel aankondigde, wist hij inderdaad al dat de koningin wel een privébezoek zou brengen.
Na zijn vrijlating kondigde Navalʹnij nieuwe acties aan.

Oarsettingen

Afrikaanskaankondig
Deenskavertere
Dútskankündigen; anmelden; annoncieren; ansagen; anzeigen; avisieren; bekannt machen; inserieren; melden; verkünden
Esperantoanonci
Fereuerskboða frá
Frânskannoncer; introduire; publier
Fryskadvertearje; ferkundigje; oantsjinje
Grykskαγγέλω
Ingelskadvertise; announce
Ingelsk (Aldingesk)abeodan; bodian
Italjaanskannunciare; annunziare; pubblicare
Katalaanskanunciar
Latynannuntiare
Maleiskumum
Papiamintskanunsía
Portegeeskanunciar; noticiar; notificar
Roemeenskanunța
Russyskобъявлять
Sealterfryskankännigje; anmäldje; anwiese; avisierje; ferkundje; mäldje
Spaanskanunciar
Sweedskbebåda; anmäla; annonsera; meddela
Tsjechyskohlásit; oznámit; oznamovat
Turkskhaber vermek; ilan etmek