Information about the word adverteren (Dutch → Esperanto: anonci)

Pronunciation/ɑtfərˈteːrə(n)/
Hyphenationad·ver·te·ren
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) adverteer(ik) adverteerde
(jij) adverteert(jij) adverteerde
(hij) adverteert(hij) adverteerde
(wij) adverteren(wij) adverteerden
(gij) adverteert(gij) adverteerdet
(zij) adverteren(zij) adverteerden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) advertere(dat ik) adverteerde
(dat jij) advertere(dat jij) adverteerde
(dat hij) advertere(dat hij) adverteerde
(dat wij) adverteren(dat wij) adverteerden
(dat gij) adverteret(dat gij) adverteerdet
(dat zij) adverteren(dat zij) adverteerden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
adverteeradverteert
Participles
Present participlePast participle
adverterend, adverterende(hebben) geadverteerd

Translations

Afrikaansaankondig
Catalananunciar
Czechohlásit; oznámit; oznamovat
Danishavertere
Englishadvertise
English (Old English)abeodan; bodian
Esperantoanonci
Faeroeseboða frá
Frenchannoncer; introduire; publier
Germanankündigen; anmelden; annoncieren; ansagen; anzeigen; avisieren; bekannt machen; inserieren; melden; verkünden
Greekαγγέλω
Italianannunciare; annunziare; pubblicare
Latinannuntiare
Malayumum
Papiamentoanunsía
Portugueseanunciar; noticiar; notificar
Romaniananunța
Russianобъявлять
Saterland Frisianankännigje; anmäldje; anwiese; avisierje; ferkundje; mäldje
Spanishanunciar
Swedishbebåda; anmäla; annonsera; meddela
Turkishhaber vermek; ilan etmek
West Frisianadvertearje; ferkundigje; oantsjinje