Informatie over het woord accepteren (Nederlands → Esperanto: akcepti)

Uitspraak/ɑksɛpˈterə(n)/
Afbrekingac·cep·te·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) accepteer(ik) accepteerde
(jij) accepteert(jij) accepteerde
(hij) accepteert(hij) accepteerde
(wij) accepteren(wij) accepteerden
(gij) accepteert(gij) accepteerdet
(zij) accepteren(zij) accepteerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) acceptere(dat ik) accepteerde
(dat jij) acceptere(dat jij) accepteerde
(dat hij) acceptere(dat hij) accepteerde
(dat wij) accepteren(dat wij) accepteerden
(dat gij) accepteret(dat gij) accepteerdet
(dat zij) accepteren(dat zij) accepteerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
accepteeraccepteert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
accepterend, accepterende(hebben) geaccepteerd

Voorbeelden van gebruik

Ze ging zitten en accepteerde de sigaret die hij haar aanbood.
Accepteert u dit aanbod?
Accepteer de uitdaging.

Vertalingen

Afrikaansaanneem; neem; aanvaár; aanvaar
Albaneespranoj
Catalaansacceptar; acollir; rebre
Deensacceptere; modtage; sige ja tak til
Duitsakzeptieren; annehmen; aufnehmen; auf sich nehmen; eingehen auf; einwilligen in; entgegennehmen; hinnehmen; im Empfang nehmen; sich gefallen lassen
Engelsaccept
Esperantoakcepti
Faeröerstaka ímóti; taka við; viðurkenna
Finsottaa vastaan
Fransaccepter; accueillir; admettre; adopter; agréer; comporter; prendre; recevoir; recueillir; revêtir; souffrir
Grieksδέχομαι
Hongaarsakceptál; elfogad
IJslandsþakka; samþykkja
Italiaansaccettare; accogliere
Latijnaccipere
Maleismenerima; terima
Noorsgodta; takke ja til
Papiamentsakseptá; aseptá
Poolsprzyjmować
Portugeesaceitar; acolher; admitir; receber; topar
Roemeensaccepta; primi
Russischпринимать
Saterfriesakzeptierje; ämpfange; geneemigje; ounnieme
Spaansaceptar; acoger; admitir; recibir; tomar
Tsjechischpřijmouti
Turksalmak; kabul etmek
Westerlauwers Friesoanfurdigje; oannimme
Zweedstacka ja till