Informatie over het woord aannemen (Nederlands → Esperanto: adopti)

Uitspraak/ˈanemə(n)/
Afbrekingaan·ne·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) neem aan(ik) nam aan
(jij) neemt aan(jij) nam aan
(hij) neemt aan(hij) nam aan
(wij) nemen aan(wij) namen aan
(gij) neemt aan(gij) naamt aan
(zij) nemen aan(zij) namen aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanneme(dat ik) aanname
(dat jij) aanneme(dat jij) aanname
(dat hij) aanneme(dat hij) aanname
(dat wij) aannemen(dat wij) aannamen
(dat gij) aannemet(dat gij) aannamet
(dat zij) aannemen(dat zij) aannamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neem aanneemt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aannemend, aannemende(hebben) aangenomen

Voorbeelden van gebruik

Sommige tovenaars nemen namen van andere tovenaars aan, want ze menen dat het hen meer kracht schenkt.
Al bewegend nam het de gedaante aan van een grote, weerzinwekkende rat.

Vertalingen

Afrikaansinvoer
Albaneesadoptoj
Catalaansadoptar
Deensadoptere
Duitsadoptieren; sich zu eigen machen; übernehmen; zu sich nehmen
Engelsadopt
Esperantoadopti
Fransadopter
Hongaarsadoptál; örökbefogad
IJslandsættleiða
Italiaansadottare
Papiamentsadoptá
Portugeesaceitar; admitir; adoptar
Saterfriesadoptierje
Spaansadoptar; prohijar
Westerlauwers Friesoanhelje; oannimme
Zweedsadoptere