Information about the word manen (Dutch → Esperanto: admoni)

Pronunciation/ˈmanə(n)/
Hyphenationma·nen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) maan(ik) maande
(jij) maant(jij) maande
(hij) maant(hij) maande
(wij) manen(wij) maanden
(gij) maant(gij) maandet
(zij) manen(zij) maanden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) mane(dat ik) maande
(dat jij) mane(dat jij) maande
(dat hij) mane(dat hij) maande
(dat wij) manen(dat wij) maanden
(dat gij) manet(dat gij) maandet
(dat zij) manen(dat zij) maanden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
maanmaant
Participles
Present participlePast participle
manend, manende(hebben) gemaand

Usage samples

De oppositieleider en bokskampioen Vitalij Klyčko heeft de actievoerders tot kalmte gemaand en gezegd dat ze zich niet door de autoriteiten moeten laten provoceren.
„Rustig maar”, maande de dokter.

Translations

Catalanamonestar; exhortar; rependre
Englishadmonish; exhort; tell off
English (Old English)manian
Esperantoadmoni
Frenchadmonester; engager; exhorter; faire des remontrances à; gronder; reprendre; réprimander; sommer de
Germanermahnen; rügen; verwarnen; verweisen
Portugueseadmoestar; advertir; exortar; induzir; repreender
Russianувещевать
Saterland Frisiananhoolde; fermoonje; toubaale
Spanishamonestar; reprender
Swahili‐onya
West Frisianoanfilterje; oanmoanje; oantrune